FAX AAN JAN VERHEEZEN

KAPITTELBULLETIN Nr.2

(dinsdag 27 mei 1997)

Als ik alles zou moeten opschrijven wat er hier besproken wordt en er aan papier over tafel gaat, dan zou dit wel een extra lange brief worden. Want we vergaderen wat af! Maar wees gerust!

Elke dag heeft zo zijn vaste indeling: om 7.25 uur met de Nederlandssprekenden een Eucharistieviering, daarna ontbijt, en om 8.45 worden we in de grote zaal verwacht voor de eerste sessie. Na een openingsgebed, door een van de Provincies voorbereid, worden de notulen van de vorige dag voorgelezen en kunnen de verschillende taalgroepen verslag doen van hun gesprekken. Wanneer dat allemaal achter de rug is, beginnen we met het thema van de dag, en met enkele korte onderbrekingen, diner en siësta, gaan we door tot 18.30.

De gesprekken over de werkelijke situatie van onze Congregatie hebben we afgesloten met het bespreken van het financieel beleid over de laatste zes jaar. Pater Emilio Ciarrocchi, de generaal econoom, probeerde ons allereerst wegwijs te maken door de italiaanse boekhoudkundige termen. Daarna presenteerde hij het financiële verslag van het Generalaat en de Provincies. Ik zal jullie niet vermoeien met allerlei cijfers. Dat is alleen maar saai en iets voor deskundigen. Veel belangrijker is het idee achter het beleid: hoe gaan wij als religieuzen om met ons geld? Komt het ook onze zending als Congregatie ten goede?

In de beleidsverantwoording werden er ook enkele voorstellen gedaan: Naast het Generaal Steunfonds een Solidariteitsfonds bijvoorbeeld. We hebben dit in Nederland overigens uitgebreid besproken in de Communiteiten en het Provinciaal Kapittel. Wij waren toen van mening - en dat zullen we hier ook naar voren brengen - dat het Generaal Steunfonds voldoende is om onze solidariteit met elkaar tot uitdrukking te brengen. Andere voorstellen gaan over het hoe van de financiële verslaggeving vanuit de Provincies en over het wijzigen van de statuten van de Generale Financiële Commissie om zo deze Commissie efficiënter te laten werken.

Natuurlijk kwam ook de verbouwing van Rome-I ter sprake, die de begroting ver te boven dreigt te gaan. Levend in dit mooie gebouw, genietend van alle faciliteiten, waren we zeer gematigd in onze kritiek.

Alle voorstellen rond financiën hebben te maken met het Global Plan of de Global Strategy of "Noi, Congregazione" (wij Congregatie). Laten we niet over termen vallen.

Het Global Plan zal gedurende het tweede gedeelte van het Kapittel, of de tweede fase, al onze aandacht opeisen. Ik spreek hier over een tweede fase, want er zit ontwikkeling, voortgang in het Kapittel. Op het einde van de eerste fase voerde Pater Generaal ons welbewust die tweede fase binnen. We spraken toen over de uitdagingen en verwachtingen waarmee wij als Congregatie te maken hebben. En ik moet zeggen dat de Generaal de kunst verstaat om mensen bij de zaak te betrekken. Heel helder en overtuigend kan hij zijn gedachten, zijn visie aan de vergadering voorleggen.

Voor hem is het Global Plan niet een poging tot centralisatie of om meer macht voor het generaal bestuur in de wacht te slepen. Zíjn ideaal is het dat wij als Congregatie een echt, krachtig teken zijn en doeltreffend het Evangelie verkondigen in woord en daad in onze hedendaagse wereld. Dit is meer dan alleen maar strategie, het is een kwestie van mentaliteit, noem het spiritualiteit, om er samen als hele Congregatie de schouders onder te zetten. Het gaat om de vitaliteit van SCJ met "zijn mooie, maar moeilijke spiritualiteit" midden in onze werkelijkheid. Er zullen duidelijke, concrete lijnen moeten worden uitgezet. Elk provincialisme, alle "hokkerigheid" zal onze rol binnen de wereld verkleinen en verzwakken.

Om die wereld nog dichter bij ons te brengen hadden we een gast in ons midden, pater Robert Schreiter, lid van de Missionaries of the Precious Blood uit Chicago. Hij werd bij ons geïntroduceerd als "wereldburger" gezien zijn kennis, zijn onderzoek, zijn publikaties, zijn werken als docent op het gebied van de missiologie. Hij sprak over de enorme veranderingen die de laatste tien jaren hebben plaatsgevonden en over de uitdagingen die deze nieuwe realiteit ons als Congregatie biedt. Zo noemde hij de revolutie op het gebied van de kommunikatie en de technologie. Mediatechnieken en reismogelijkheden maken van onze wereld één groot dorp.

En wat te denken van het ineenstorten van de wereldorde die sinds 1945 onze aarde in twee grote machtsblokken verdeelde? Zelfs nu weten we nog niet, wat daarvoor in de plaats gaat komen. Maar wie had zich ooit kunnen voorstellen dat Rusland met de Navolanden een soort vriendschapsverdrag zou sluiten, zoals dat vandaag in Brussel is gebeurd? Een van de gevolgen van het wegvallen van de oude orde is wel de opkomst overal van het particularisme. Wat onder de twee machtsblokken met kracht werd onderdrukt, breekt nu als een vulkaan naar buiten. Ik hoef je maar te noemen ex-Joegoslavië, landen van de voormalige Sovjetunie, Afrika. Ook de opkomst van het religieus fundamentalisme als protest tegen het ontkennen van eigen identiteit zou wel eens hiermee kunnen samenhangen.

Hier moet ik zeker ook noemen de sterke groei van het zogenaamde neo-kapitalisme, dat zoekt naar maximale winst, in feite ten gunste van weinigen, waardoor de kloof tussen rijk en arm nog groter wordt. Een andere keiharde realiteit is de enorme vluchtelingenstroom. Elk jaar zijn er 25 miljoen mensen op de vlucht op zoek naar veiligheid, naar beter economische omstandigheden.

Voor ons is dit alles beslist niet nieuw. Maar als je het zo hoort samenvatten en je vraagt je dan af, welke rol wij als christenen, katholieken, religieuzen, als Priesters van het Heilig Hart, daarin kunnen/moeten spelen, dan wordt het anders. Want als Kapittel kun je niet vrijblijvend die vraag stellen. Met zijn allen zullen wij als internationale Congregatie een strategie moeten bepalen, om onze keuze voor de armen in déze realiteit gestalte te geven. We hebben het dan over álle armen, in de Derde Wereld en in de Vierde Wereld, over mensen die beroofd van hun kultuur op de vlucht zijn en denken een veilige plek gevonden te hebben, waar ze zich zelf kunnen zijn, maar toch weer niet toegelaten worden en teruggestuurd naar onveiligheid, armoede, gevangenis of zelfs de dood tegemoet. Hoe gaan wij met déze mensen om? Durven wij ons eigen netwerk als internationale organisatie te gebruiken om te bouwen aan een nieuwe humaniteit via onderwijs, gastvrijheid, verzoening, nieuwe vormen van solidariteit met slachtoffers, in een echte dialoog met al die kulturen waarmee we nu al te maken hebben?

Als je met alles wat je hier hoort, geconfronteerd wordt, dan kun je heel negatief reageren: wat kunnen wij als Congregatie daar nou aan doen? daar is toch niks aan te veranderen. Maar ook een positieve houding is mogelijk, en ik merk bij mezelf dat je hier tijden het Kapittel meegetrokken wordt door de idealen, de inzet, de visies en de daadkracht van anderen. Niet dat je gaat zweven, maar met beide benen op de grond midden in onze werkelijkheid ga je mogelijkheden ontdekken die wij als Congregatie hebben om een bijdrage te leveren aan een betere wereld, ook vanuit onze steeds ouder wordende Nederlandse Provincie. Bij mezelf voel ik een sterk groeiend enthousiasme! En de vraag is nu, hoe wij als kapitulanten die spirit kunnen overbrengen op al degenen die ons naar Rome hebben gestuurd. Daar zullen we nog een strategie voor moeten ontwikkelen, om in het jargon van het Kapittel te blijven.

Ik hoop dat dit verslag er een beetje toe bijdraagt om jullie te laten delen in onze ervaring.

Na een lang weekend, waarin we de kapittelpet verruilden voor een toeristenklak - de Nederlandse delegatie bezocht in Tivoli twee prachtige villa's: de Villa d'Este en de Villa Adriana, en natuurlijk ook Castelgandolfo, waar de paus zijn buitenverblijf heeft, - pakten we de draad weer op om plannen te maken voor de toekomst. Daarover later meer. Voor nu, van harte gegroet

Harry, ook namens Boudewijn, Koos en Rein